Het jachtinstinct

De Akita werd vroeger ingezet voor de jacht op beren en groot wild waardoor de Akita van nu een geboren jager is. Het sterke jachtinstinct is dan ook zonder twijfel één van de voor het dagelijks gedrag bepalende eigenschappen van dit ras. Veel hondenrassen kennen een verleden als jachthond en dat is vaak goed merkbaar. Een deel van deze rassen werd (en wordt) alleen gebruikt voor het ophalen van een prooi. Andere rassen, zoals de Akita, gingen zelf op jacht. Deze laatste groep is doorgaans zeer intelligent en onafhankelijk. Dat wordt vaak verward met eigenwijs.

Het instinct en de drift om te willen jagen is bij veel rassen redelijk controleerbaar. Het instinct en de drift blijft, maar een goed opgevoede hond staat onder controle van zijn baas en kan indien nodig teruggefloten worden. Dat geldt voor de Akita - uitzonderingen daargelaten - vaak niet. Het is prachtig om te zien hoe oeroude instincten het overnemen zodra een Akita buiten komt. Altijd op zoek naar een prooi, altijd bezig met het afbakenen van het territorium en lopend/sluipend op een haast katachtige manier. De Akita is continu bezig met het scannen van ‘zijn’ omgeving en verkeert daarbij in opperste staat van paraatheid voor de jacht.

Er wordt vaak beweerd dat een Akita een eigenwijs ras is. Wij omschrijven het als onafhankelijk en intelligent. De Akita is eeuwenlang gebruikt voor de jacht en deze moest zij grotendeels op eigen houtje volbrengen. De Akita moest dus zelf beslissingen nemen. Eigen initiatief werd niet alleen beloond, maar ook verwacht. In het dagelijks leven vertaalt dit zich naar een hond die niet blindelings elk commando zal opvolgen. Een Akita zal ervan overtuigd moeten zijn dat het zinvol is om het commando op te volgen.